De Camellia gedijt het beste op een halfschaduwrijke, beschutte standplaats met humusrijke, zure grond (pH 4,5-6). Vermijd vroege ochtendzon in de winter, omdat plotselinge ontdooiing van bevroren bloemknoppen schade veroorzaakt. Een plek in halfschaduw aan de oost- of noordkant is ideaal.
Geef regelmatig water met regenwater of gefilterd water; kalk in leidingwater verhoogt de pH ongewenst. Bemest met rhododendronmest in het voorjaar. Snoeien is meestal niet nodig en kan beter beperkt blijven tot het verwijderen van uitgebloeide bloemen en dood hout. De Camellia is gevoelig voor strenge vorst onder -10 graden; bescherm jonge planten in de eerste winters met jute of mulch. Past prachtig bij balkon- of terrasplanten.